Wapperende engelenvleugels en na-oorlogse kunst in Witten

Witten ligt in het Ruhrgebied. Ik denk niet dat veel Nederlanders ooit van deze stad hebben gehoord, toch heeft de stad 100.000 inwoners. Vorige week, op weg naar Hagen, besloten we ook even in Witten te stoppen. Ik had namelijk gelezen over een tentoonstelling van Duitse kunst vervaardigd in de periode 1945-1949 en die expositie wilde ik graag zien.

In Witten aangekomen, bleken we niet door te kunnen rijden tot het museum. Er bleek die ochtend een marathon plaats te vinden, waaraan ook atleten met wapperende engelenvleugels en kersttakkendragers meededen, een fantastisch gezicht. De kerstmarkt was al vroeg geopend en we konden nog maar net een plekje voor de auto vinden. Het laatste stukje naar het museum hebben we gelopen, met op de rijweg naast ons afgematte lopers, aangemoedigd door de plaatselijke bevolking.

img_6347-1

In Witten delen bibliotheek en museum het prachtig gebouw. Er is geen museumbalie. Het kaartje voor het museum trek je uit een automaat en de deuren naar het museum op de tweede en vierde verdieping staan uitnodigend open. Er is ook geen gedoe met jassen en rugzakken, je mag zo doorlopen. Wat een vertrouwen.

img_6353

Verstoring, chaos, hoop en verlangen. Alle thema’s en stijlen uit die tijd komen in de verschillende zalen voorbij. Natuurlijk is het maar een selectie van alle werken die in die periode in Duitsland zijn vervaardigd maar je wordt wel even ondergedompeld in de bizarre leefwereld van toen. Het is ook een heel bijzondere periode voor deze groep kunstenaars. Niet alleen is de oorlog voorbij, ook kan er weer vrijelijk worden gewerkt aan moderne kunst, de belachelijke aanwijzingen over ‘entartete’ kunst van de nazi’s zijn immers niet meer van kracht.

fullsizerender-43

Als we teruglopen naar de auto is de marathon voorbij. Het juichende publiek is vertrokken en stad en de kerstmarkt staan er een beetje verweesd bij. Maar het is ook nog vroeg, de middagdrukte moet nog beginnen. Wij drinken een koffie in café Extrablatt, daar is het aangenaam druk en lekker warm en rijden vervolgens door naar Hagen. Mijn gedachten gaan ondertussen naar Aleppo. De parallel ligt voor de hand. Welke toekomst is er überhaupt nog na een zo vernietigende oorlog. Blijkbaar leert de mens nooit.

De expositie in het Märkisches Museum in Witten is onderdeel van de duo expositie ‘Befreite Moderne, Kunst in Deutschland 1945-1949’. In het Kunstmuseum Mülheim an der Ruhr is de andere helft van de expositie te zien. 

Foto’s: werk van Rolf Müller-Landau, Richard Gessner, Elisabeth Schmitz en Karl Hofer.

Als we het Duitsland van vlak over de grens niet kennen, gaan we er dan wel werken?

Eind november verscheen het rapport ‘De arbeidsmarkt aan de grens met en zonder grensbelemmeringen’ van het CPB. Een stevig en goed doortimmerd verhaal met prachtige kaarten en tabellen. Ik heb het met heel veel plezier gelezen en zal er nog vaak naar teruggrijpen. De grens tussen Oost Nederland en Duitsland houdt mij al jaren bezig. Als kind al, toen woonden we vlak bij de grens en leek de grens een onneembare vesting. Maar ook als volwassene, in een tijdsbestek waarin landsgrenzen bijna niet meer zichtbaar zijn en waarin we veel reizen, maar grenzen nog steeds behoorlijk hard zijn.

Ik ben geboren in het grensgebied met Duitsland, in Twente. De oorlogswonden waren toen nog niet geheeld, mijn grootvader sprak steevast over ‘de Proes’ of ‘de Moffen’. Er waren verhalen te over uit de oorlogstijd en de periode daarvoor, maar een gemeenschappelijke geschiedenis over de periode na 1945, die was afwezig. Niemand in onze familie ging de grens over, Duitsland daar kwam je niet en de actieradius van ons gezin was daardoor behoorlijk beperkt.

img_6696

Op mij veertiende kwam er een doorbraak. Mijn ouders besloten dat het welletjes was geweest en dat er een paspoort moest komen. Zo kwam het dat we ineens het Duitsland van vlak over de grens konden gaan verkennen. Steden als Gronau en Nordhorn kwamen binnen handbereik, een welkome afwisseling na jarenlang alleen Hengelo, Oldenzaal en Enschede te hebben bezocht. Ik was net zozeer gefascineerd door het anders zijn van deze steden als door de overeenkomsten. Mijn ouders gingen voor de benzine en de supermarkt, ik verkende ondertussen de stad voorbij het centrumgebied.

Als ik naar het huidige grensoverschrijdend gedrag kijk, zijn benzine en de supermarkt nog steeds belangrijke motieven en in december komt daar nog de kerstmarkt bij. Voor het overige lijkt Duitsland niet in onze ‘mental map’ te bestaan. Behalve Berlijn, die stad is hot, daar wil heel Nederland maar wat graag naar toe. In het CPB rapport is vooral het grensoverschrijdende effect van de eerste 30 en 60 kilometer onderzocht, evenals het ‘what if effect’, hoe het er in de huidige grensregio’s aan toe zou zijn gegaan als de grens niet zou bestaan en/of niet meer een barrière zou zijn. Maar ik ben vooral gefascineerd in wat het ‘what if effect’ zou zijn voor onze relatie als Oost Nederlanders met steden in het Rhein-Ruhrgebied. Daar ligt immers een super metropool met meer dan 10 miljoen inwoners. Voor ons ligt de Randstad immers net zo ver weg als het Ruhrgebied.

img_4180

Als de grens niet zou hebben bestaan, dan zouden wij, afkomstig uit Oost Nederland, niet alleen in de Randstad maar ook in de grote steden van het Rhein Rhur gebied gaan studeren, wonen en werken. Braindrain en leegloop van jongeren uit kleinere steden richting het westen zou dan ook richting het oosten gaan. Niet dat daardoor de grensregio’s in Oost Nederland volledig zouden leeglopen, dat juist niet. Het zouden dan juist aangename verblijfsgebieden zijn te midden van twee grote metropoolregio’s.

Ik ervaar bij velen vooral het ‘onbekend maakt onbemind’ effect. Duitsland heeft bij vele grensbewoners nog steeds een bijsmaak en als je hen voorstelt om vooral ook het Rhein- Ruhrgebied in ogenschouw te nemen, kijken ze je een beetje lacherig aan. Ik voel dat ik dan op een soort ondoorzichtige muur stoot die nog geslecht moet worden. Maar verhalen vertellen helpt en goed beeldmateriaal ook. Dus daar strooi ik veelvuldig mee rond, enthousiasme werkt aanstekelijk en ik neem steeds vaker mensen mee naar het Rhein-Ruhrgebied en ik zie ze van sceptici in ambassadeurs veranderen.

2014-12 Sonja Halde Daniel (3)

Als bewoner van Oost Nederland wil ik niet geknot zijn door een grens in mijn rug en wil ik me net zo gemakkelijk kunnen bewegen naar het oosten als naar het westen. Consequentie is dus wel dat ik goed Duits moet kunnen spreken. Gelukkig zat Duits toentertijd in mijn vakkenpakket. Op dat punt heeft het onderwijs de laatste jaren helaas wel een steek laten vallen. Steeds minder vaak wordt Duits gekozen, ook in de grensregio’s. Als we als Oost Nederlanders de band met Duitsland willen versterken is taal – ondanks alle vertaal apps die we zouden kunnen inzetten – een heel natuurlijk toegangsbewijs.

En natuurlijk is het zoveel gemakkelijker een baan op te pakken in een Nederlandse stad die je goed kent dan een baan te verwerven in een gebied dat je niet kent en waarvan je de taal niet of nauwelijks spreekt. Het achterblijven van grensoverschrijdende pendel heeft echter niet alleen met taal, bereikbaarheid en diploma erkenning te maken, allemaal zaken die in het CPB rapport worden genoemd. Het gaat ook om identiteit. Een gebied moet een plek krijgen in onze ‘mental map’. We moeten er ons vrij kunnen bewegen en er ons thuis kunnen voelen. En dat begint met het verkennen van het gebied, spontane ontmoetingen en het gevoel van vertrouwdheid opbouwen. Dan komen de verhalen als vanzelf en volgt de rest ook veel gemakkelijker.

Foto’s van boven naar beneden: Bochum, Duisburg, Düsseldorf, Oberhausen/Bottrop

Tentoonstelling maakt leegstand in Herten pijnlijk zichtbaar

Hoe gaan onze oosterburen met winkelleegstand om? Op social media zie ik veel Nederlandse voorbeelden voorbijkomen maar bijna nooit over het Ruhrgebied. En dat blijft me verbazen, het Ruhrgebied ligt immers zo dichtbij. Afgelopen zaterdag was ik in Herten, een klein Ruhrstadje met 67.000 inwoners gelegen in de noordflanken van het Ruhrgebied om daar een tijdelijke ‘Schaufensteraustellung’ over winkelleegstand in de Ewaldstraße te bezoeken.

img_5806

Het is zaterdag en exact 12.00 uur als ik het bijna lege kerkplein in de binnenstad oploop. De klokken beginnen te luiden, wat de stilte nog meer voelbaar maakt. Wat me het eerste opvalt zijn een aantal kleurrijke muurschilderingen. Ik maak wat foto’s, ze zijn mooi en fleuren de boel op, maar zijn tegelijkertijd ook ontzettend braaf. Op mijn mobiel lees ik dat de schilderingen op een dertigtal plekken in de stad in opdracht van het plaatselijke energiebedrijf zijn aangebracht. Een soort cadeautje aan de stad en haar bewoners. Tijdens mijn verdere tocht door de stad zal ik er nog heel wat van tegenkomen. Ik blijf nog wat rondhangen op het plein om een gevoel te krijgen bij deze plek. Een vrouw parkeert haar auto op het plein, gooit wat geld in de automaat en beent snel weg, even later steekt een man over, een klein kind in de ene hand en in de andere een plastic zak met gebak.

img_5787

Dan loop ik door naar de Ewaldstraße. Aan de gevels is af te lezen dat dit ooit een belangrijke winkelstraat is geweest. Nu staat bijna alles leeg. Je voelt in Herten de onmacht, het gevecht van een stad om zijn identiteit niet te verliezen. De muurschilderingen getuigen van trots en historie, de werkelijkheid laat een binnenstad zien welke steeds minder bezoekers trekt. De tentoonstelling, een coproductie van Stadtbaukultur NRW en de gemeente Herten is confronterend: de Ewaldstraße doorkruist nagenoeg de hele binnenstad, lege etalages zijn ingericht met grote blauwe tekstborden en foto’s.

img_5803

Oorzaken, feiten, statistische overzichten, de borden zijn heel duidelijk in wat er aan de hand is in detailhandelsland. Consumenten worden aangesproken op hun eigen winkelgedrag en overheden die nieuwe glazen winkelpaleizen toestaan worden berispt. Ook hangen er een aantal aansprekende voorbeelden over nieuwe pandinvullingen. En dat is goed, want het kan potentiele initiatiefnemers op een idee brengen. Alhoewel, een aantal voorbeelden komen uit grote steden zoals Dortmund en Keulen. En dat is nou net weer jammer, want Herten is maar een klein stadje en zal voor spannende vernieuwende concepten niet altijd voldoende massa hebben. De tentoonstelling als totaal is fascinerend. Hier geen nota of inloopavond om het probleem te determineren, maar een zeer prettig onderzoek dat in fikse beelden over de noodlottige straat is verspreid, laagdrempelig, confronterend en voor iedereen die wil, toegankelijk.

img_5808

Na afloop drink ik koffie in café Rathaus. Het is er rustig. De plek triggerde me door de bizarre combinatie van rijen shishapijpen in de etalage en een wat oudere lunchende clientèle. Dit café heeft duidelijk twee levens en doelgroepen. Ik vertel de waardin dat ik de tentoonstelling in de Ewaldstrasse heb bezocht. Ze kijkt me niet begrijpend aan, de tentoonstelling zegt haar blijkbaar niet zoveel. Ze haalt haar schouders op, ‘ach iedereen gaat naar Recklinghausen, hier is het niet zo interessant.’ En de jongeren dan? Ze haalt opnieuw haar schouders op. ‘Die komen hier in de avond, maar gaan meestal ook weer verder.’ Vlak na mij arriveren twee dames, ruim in de 70, de ene in een lichtblauw, de ander in een grijs mantelpakje. Ze nemen plaats aan het raam, vlak naast de shishapijpen, bestellen koffie met gebak en zijn al snel in een innig gesprek verwikkeld.

Hier stond de wieg van het Ruhrgebied

Het is nog vroeg in de ochtend als ik in het stadsdeel Osterfeld in Oberhausen langs de Elpenbach loop. Het is er heel erg groen, overal hoge bomen, gefluit van vogels, in de verte hoor ik het water zachtjes ruizen. Het is een geliefd pad, joggers, dames met een boodschappentrolley, jonge meiden met mobiele telefoon en oortjes. Ik ben naar deze plek gegaan omdat hier de wieg van het Ruhrgebied heeft gestaan.

Op dit lapje grond was vanaf 1758 de St. Antony Hütte in bedrijf. Hier stond de eerste hoogoven. Het Ruhrgebied was in die tijd een glooiend agrarisch landschap met lieflijke dorpjes. Iets wat je je nu nog amper kan voorstellen. De grond was rijk aan steenkool en ijzer en investeerders zagen hun kans schoon. De eerste initiatieven waren klein qua omvang, maar de concurrentie was groot evenals de run op innovaties en personeel. Al snel werd hier veel geld verdiend. Duitslands grootste industriële landschap was geboren en groeide uit tot een over elkaar heen buitelende kluwen van autowegen, spoorwegen, kanalen en bedrijventerreinen. Van heinde en ver stroomde werkvolk toe en in rap tempo werden woonkolonies uit de grond gestampt. Je kan dit landschap afwijzen, maar het ook zien als een waanzinnig groot organisch gegroeid stedelijk fenomeen waar op elke hoek wel iets valt te ontdekken. Ik ga voor het laatste.

img_4333

Onze voorouders dachten dat de schoorstenen hier voor altijd zouden blijven roken. Maar de St. Antony Hütte stopte er definitief mee in 1877, de installaties waren toen verouderd. En de ronkende, sissende en stinkende bedrijven van de daarop volgende honderd jaar zijn er ook mee opgehouden. Op dit moment zijn nog maar een paar mijnen actief. De nieuwste bedrijvigheid in het Ruhrgebied is schoon en van een technologisch hoog niveau, de verlaten complexen zijn stille getuigen van het inferno van toen. Als je een Falk plattegrond van Oberhausen bekijkt zie je een wirwar aan woongebieden, wegen en groen, maar ook vlakken vol met niets. Ehemahliges Gelände, voormalig bedrijventerrein, staat er dan in kleine letters als aanduiding geschreven.

De directiewoning van de St. Antony Hütte, een prachtig vakwerkhuis, is het enige wat nog uit die tijd overeind staat en is nu ingericht als een museum. De fundamenten van de werkplaatsen zijn 10 jaar geleden opgegraven en zijn inmiddels overwelft met een groot metalen scherm. De MAN – een beurs genoteerd bedrijf waarvan de antecedenten terugvoeren tot op de oprichters van de St Antony Hütte – heeft het scherm mede gefinancierd. De opgraving, omringd door een stevig en hoog hek, ligt in een lieflijk groen grasveld waar kinderen spelen en moeders hun kroost bewaken.

fullsizerender-27

In het museum staan twee dames achter de balie. Het stel voor me wordt door hen geholpen, hebbedingetjes uit de museumshop worden uitgebreid besproken en ik word gevraagd even te wachten. Als de keuze is gemaakt, het cadeautje is ingepakt en het stel met veel egards is bedankt, kijken de dames achter de balie me stralend aan en overladen me, soms bijna in koor met een waterval aan informatie. Het is vooral de bedoeling dat ik eerst de opgraving bekijk en daarna pas het museum. Natuurlijk ben ik bereid hun adviezen op te volgen.

Over de afgraving heen is een loopbrug gemaakt en onder mij zie ik ronde vormen en sleuven. Gelukkig hangen er overal interactieve presentaties waardoor de stenen onder mij tot leven komen. En dan zie ik mini hoogovens, schoorstenen, een waterrad en een aantal lage schuren. Het geheel straalt nog een soort pre industriële lieflijkheid uit, alhoewel de rokende schoorsteen al wel op een ander tijdperk duidt.

fullsizerender-33

In het museum hangt veel informatie over het industriële procedé en de eerste vindplaatsen in het Ruhrgebied, maar wordt ook verhaald van het protest van abdis Antonetta Bernadina von Wrede (1727-1788). Ze woonde iets verderop in het Cisterciënzer klooster van Sterkrade. Misschien kan ze wel worden gezien als de eerste milieuactiviste van het Ruhrgebied. Ze maakte zich ernstige zorgen over de kwaliteit van het water en alhoewel ze heel wat stampei maakte bij het bevoegd gezag, werd er niet naar haar geluisterd. Maar ze was niet alleen van woorden, ook van daden, zo liet ze als daad van verzet op een onbewaakt moment het waterbassin van de St. Antony Hütte leegvissen. Ze was haar tijd duidelijk ver vooruit.

Grootse kunst verstopt onder de grond in Bochum

Toen ik laatst in Bochum was overtrof een bezoek aan de kunstcollectie van de Universiteit van Bochum mijn stoutste verwachtingen. Ik belandde in een idyllisch park in een buitenwijk van Bochum waar onder de grond het piepjonge ‘Museum Unter Tage’, is gecreëerd. In ruim 20 zalen hangt daar op dit moment een prachtige expositie over hoe kunstenaars het (natuurlijk) landschap en (delen van) de stad beleven. Een reis in de ruimte en in de tijd. Je schiet van de ene emotie in de andere. En de entree was een schijntje, wat is kunst beleven toch toegankelijk in het Ruhrgebied.

img_2382

Boven deze superkelder ligt een sappig groen en onder architectuur aangelegd park. Het park hoorde ooit toe aan Haus Weitmar las ik op een toegangsbord. Weitmar staat er nu als een bewust in stand gehouden ruïne bij, althans de buitenkant, binnenin is een hypermodern café/annex expositie en congresruimte ondergebracht. Een fantastische plek om even neer te strijken. Ze hebben langs drie zijden van het gebouw terrassen gemaakt, zodat je bijna altijd wel de zon kan pakken en de counterdame is uiterst vriendelijk waardoor je nog vrolijker wordt. En ook hier prachtig kunstwerk aan de muren.

img_2388

Direct grenzend aan dit park staan op een afgesloten terrein gebouwen die als sobere witte kubussen zijn vormgegeven. Ze vormen onderdeel van het totale kunstgebeuren dat je hier ten deel valt. Er hangt een bordje aan het hek waarop staat dat je mag aanbellen als je naar binnen wilt. Op de heenweg was ik er al langsgelopen, maar omdat ik niemand had gezien voelde het een beetje raar. Maar aangemoedigd door het grootste werk dat ik zojuist onder de grond had gezien, besloot ik toch een poging te wagen. En het werkte. Er kwam als uit het niets een suppoost aangelopen die het hek opendeed om vervolgens weer te verdwijnen in een van de kubussen me nog snel vertellend dat als ik zou willen, overal naar binnen mocht gaan. En toen was het weer stil op het terrein.

img_2375

En dan blijkt elke kubus een fantastische expositie te herbergen. Eentje is er zelfs helemaal gewijd aan werk van Richard Serra om maar even een naam te noemen. In een andere is een prachtige Azië/Boeddha expositie. Zo verstild, zo sereen dat je er ongelofelijk stil van wordt en gevoel van tijd en ruimte verliest. En van buiten is er niets dat er op wijst dat hier van binnen iets prachtigs gebeurt. Er staan bijna ook geen uitleg bij de kunst en de suppoost is nagenoeg afwezig, je bent er alleen met de kunst.

fullsizerender-24

Toen ik aantal uren later terug naar mijn auto liep was ik helemaal overdonderd. Het bijzondere van al dit moois is dat bijna niemand van dit gebied heeft gehoord, terwijl het een van de grotere kunstervaringen is die het Ruhrgebied bij mijn weten te bieden heeft.  Het was eigenlijk toeval dat ik er was terechtgekomen. Ik had in een brochure iets gelezen over een kunstverzameling van de universiteit van Bochum en de bijbehorende foto prikkelde me wel. Maar uit het begeleidende tekstje bleek totaal niet dat ik in een kunstwalhalla zou belanden. En dat is ook het Ruhrgebied: ze hebben er prachtige musea, maar ze zijn veel te bescheiden in het promoten van al hun kunst.

Song Dong ervaren in de Kunsthalle Düsseldorf

Werk van Song Dong komt regelrecht bij je binnen. In het najaar van 2015 was de expositie nog in Groningen te zien en op dit moment in de Kunsthalle in Düsseldorf. Mooi hoor, zo’n samenwerking van twee musea over de grens heen. Als je de expo nog wilt zien, zal je wel heel snel moeten wezen. Medio maart wordt alles weer ingepakt.

IMG_1128

Het werk van Song Dong kun je op zijn best ervaren als er bijna niemand is. Vooral de hal waarin de installatie ‘Waste not’ is opgebouwd. In die hal staan meer dan 10.000 gebruiksvoorwerpen, verzameld in het ouderlijk gezin van Song Dong gedurende 50 jaar. Je kan er van alles bij denken en voelen. Honderden plastic flesjes, geordend naar soort. Een waanzinnig groot aantal medicijndoosjes als een bouwwerk opgetast. Piepschuim tegen de muur, een kledingkast en honderden paren strak geordende schoenen. Als je je ogen half dicht knijpt, lijkt het piepschuim wel een stad in de verte.

IMG_1113

Song Dong is sowieso gebiologeerd door de relatie mens en stad. Dat blijkt niet alleen uit de installatie ‘Eating the City’ waarbij hij samen met bezoekers een stad opbouwt met bergen zoetigheid en vervolgens de bezoekers de vrije hand geeft de hele stad op te eten. Maar ook uit de stadsgezichten opgebouwd met stukken groenten of met hompen zalmfilet.

IMG_1142.JPG

Beneden staan de werelddelen uitgesneden als blauwe tafeltjes lukkraak in een ruimte. Het lijkt wel een kinderspeelhoek. Later lees ik dat deze tafeltjes onderdeel zijn van de installatie ‘Eating the world’. Ze zijn belegd geweest met snoepgoed dat de bezoekers mochten opeten. Dat hebben ze dan ook grondig gedaan. De tafels waren leeg en de ruimte, op de blauwe tafels na, leeg. Wat blijft eigenlijk over, als het aan de mens ligt?

IMG_1104

De Ruhrpott Derby: hoe voetbal is geworteld in het Ruhr-DNA

Nederland had afgelopen weekend Feyenoord-Ajax, maar het Ruhrgebied liep diezelfde zondagmiddag massaal uit voor ‘Die Mutter aller Derbys’, dé Duitse voetbalklassieker tussen Borussia uit Dortmund en Schalke 04 uit Gelsenkirchen. Twee aartsrivalen die beide hun wortels diep in de kolen en de staal hebben en de geschiedenis van het Ruhrgebied weerspiegelen in hun eigen historie.

Het mijnbouwdorp Schalke was in 1904 nog geen jaar gemeentelijk heringedeeld bij de stad Gelsenkirchen toen een groepje veertien- en vijftienjarige jongens op een binnenplaats in de schaduw van de Zeche Consolidation voetbal wilden spelen. Zo ontstond, althans volgens de clubmythe, de huidige voetbalvereniging Schalke 04, die in haar beginjaren nog Westfalia Schalke heette. Een echte mijnwerkersclub was het, waar scholieren voor 5 Pfennig per maand lid van konden worden (schoolverlaters betaalden maar liefst 10 Pfennig).

2015-10 01 Bottrop Gelsenkirchen (21)

Schalke was een club van en voor mijnwerkers. Die Knappen was heel lang de bijnaam van het elftal – een Knappe is de Ruhrterm voor een mijnwerker die zijn opleiding heeft voltooid. En het eerste stadion werd dan ook niet voor niets gebouwd op het terrein van de Zeche Consolidation zelf en heette, zeer toepasselijk, de Glückauf-Kampfbahn. Dat mijnwerkersverleden van Schalke 04 schuilt niet alleen in de ontstaansplek, maar ook in het feit dat veel van haar voetballers uit het verleden Poolse mijnwerkers roots hadden. Zo is de arbeidsmigratie van het Ruhrgebied ook in de sport zichtbaar geworden.

Ook Borussia Dortmund heeft zo zijn ontstaanslegende. En die ligt eveneens in de mijnbouw en staalindustrie. De geboorteplek van de BVB was een voetbalveldje bij de katholieke Drieëenheidskerk in de Dortmunder Nordstadt. Die katholieke gemeente was in 1901 opgericht om katholieke, ook weer overwegend Poolse arbeiders in te kunnen laten burgeren in het protestantse Dortmund. En dat kon het beste met sport. Maar toen de priester bezwaar maakte tegen het woeste spel dat voetbal was (atletiek was toch echt veel netter), besloten de voetballende jongeren in hun nabij gelegen stamcafé Zum Wildschütz een eigen voetbalclub te stichten. Een voorstel voor een naam was er niet bij de spontaan bijeengeroepen oprichtingsvergadering van 1909 en de clublegende wil dat voor de naam Borussia is gekozen omdat in de stamkroeg nog een reclameschild hing van de enkele jaren daarvoor failliet verklaarde Borussia brouwerij. Het was ook niet zomaar een naam, Borussia-bier was altijd het lievelingsbier van de mijnwerkers in Nordstadt geweest.

IMG_0064

De Borsig Platz in de Dortmunder Nordstadt – de plek van het voormalige voetbalveldje, waar het allemaal begon – is een bedevaartsoord voor Borussia fans. De stedenbouwkundige opzet van Nordstadt is prachtig, maar dat zal een aantal voetbalfans wellicht ontgaan. Even zozeer zullen zij die geen weet hebben van voetbal de Borsig Platz enkel waarnemen als een prachtige met bomen omzoomde groene stedelijke oase van waaruit zes wegen over Nordstadt uitwaaieren. Alhoewel, als je goed oplet, zie je op de wegen die naar de Borsig Platz leiden, om de zoveel meter een lantaarnpaal staan, getooid met een bescheiden gele Borusssia vlag.

Dat Dortmund een voetbalgekke stad is – waar in elke straat wel een Borusia fanshop is gevestigd – dat zal de meeste kooplustige toeristen en kerstmarktbezoekers in de binnenstad niet ontgaan. Fanshops waar alles van Borussia te koop is: van shirts tot broodroosters die het BVB logo in je sneetjes brood branden tot koffiemokken waarop gedrukt staat dat iemands voorliefde voor Schalke 04 een te genezen ziekte is. Het schijnt een geliefd cadeau te zijn voor die ene kantoorcollega die het licht maar niet wil zien. In de loop der decennia is het treffen tussen de twee grote Ruhr-clubs uitgegroeid tot de meest beladen voetbalwedstrijd van Duitsland. En kaartjes voor de Ruhrpott- of Revier-derby zijn in Duitsland bij wijze van spreken moeilijker te verkrijgen dan een audiëntie bij Angela Merkel.

IMG_6775

Dat de beide Ruhrclubs ook internationaal een zeer grote naam hebben, bleek ook weer toen ik laatst met een drietal urban planners uit Kenia op pad was in het Ruhrgebied. Natuurlijk wilden zij kennismaken met de stedenbouwkundige opzet van het gebied – dat was ook het doel van de trip – maar misschien nog belangrijker voor hen was het betreden van heilige voetbalgrond. Aangezien het programma al overvol was is dat niet helemaal gelukt. Maar het alternatief stemde ook tot grote tevredenheid: Schalke 04 hebben we kunnen eren door het berijden van de Gelsenkirchererstrasse in Essen en de honger naar Borussia hebben we in een warenhuis in Düsseldorf kunnen stillen, alwaar de urban planners bij het zien van een afdeling met heel veel Borussia-geel, dolgelukkig voor het thuisfront prachtige clubshirts hebben gekocht. Voetbal is van iedereen.

Deze blog is in co-productie geschreven met Roy van Dalm, voetballiefhebber en senior lecturer urban identity, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN).